Bloeiende planten trekken meer insecten aan, zoals vlinders, bijen en hommels. De gemeente beheert sinds 2018 een deel van de gemeentelijke gazons en bermen op een extensieve/ecologische manier. Dit houdt in dat bermen en gazons minder frequent worden gemaaid. Dit vergroot de biodiversiteit.

Door maar één of twee keer per jaar te maaien, krijgen diverse kruiden en plantensoorten de kans zich te vestigen. Door pas te maaien nadat de plant zich heeft kunnen uitzaaien, komt deze ook het volgende seizoen weer op. De biodiversiteit maakt hierdoor een positieve ontwikkeling door. Elk seizoen wordt onderzocht of dit ecologisch beheer effect heeft voor de soortenrijkdom.

Ook afgelopen jaar bleek dat de gazons die we ecologisch beheren zich positief ontwikkelen. Dit zien we aan de toename van de soorten kruiden en grassen. Dat is belangrijk, want meer bloeiende planten trekken meer insecten aan, zoals vlinders, bijen en hommels. Ook komen er daarnaast allerlei andere insecten en dieren voor zoals spinnen, graafwespen, mieren etc. Al deze soorten zijn belangrijk voor het evenwicht in het ecosysteem. Een rijk insectenleven trekt namelijk ook andere dieren aan, zoals vogels en kikkers. De ontwikkeling van natuurlijke begroeiing is belangrijk voor het behoud van zoveel mogelijk plantensoorten en dierensoorten. Ook bedreigde soorten krijgen zo weer meer kans.

Verschillende vormen van beheer

Afhankelijk van de functie en de mogelijkheden van een berm of gazon wordt er een beheermaatregel toegepast. Sommige gazons worden bijvoorbeeld gebruikt als trapveldje. Deze worden vaker, zo’n 14 tot 18 keer per jaar gemaaid. Hierdoor komt er op deze velden minder biodiversiteit voor. Soms kunnen ook andere factoren bepalend zijn om vaker te moeten maaien. Denk hierbij aan verkeersveiligheid rondom een kruispunt of rotonde of juist de zichtbaarheid van (kleine) kinderen in de buurt van een speelplek. Als laatste kan ook de fysieke ruimte een belemmerende factor zijn voor ecologisch beheer. Een smalle grasstrook tussen bijvoorbeeld fietspad en rijbaan leent zich niet voor ecologisch beheer of een plek onder grote schaduwrijke bomen. Hier is simpelweg te weinig ruimte voor soorten om zich blijvend te vestigen.

Maai-regime

Waar het kan proberen we de diversiteit te bevorderen door ons maai-regime hierop af te stemmen. Door de eerder genoemde jaarlijkse monitoring, is bekend welke soorten er in een berm of grasveld staan. Waar veel vroegbloeiende soorten staan, kan bijvoorbeeld twee keer per jaar (juni/juli en sept/okt) worden gemaaid. Hierdoor hebben deze soorten de kans zich te zaaien. Andere soorten doen dit pas na de zomer. Hier wordt dan ook maar één keer gemaaid.

Kansen benutten

Verspreid over de dorpen zien we vanwege bovenstaande argumenten verschillende maaibeelden. We proberen met ons beheer aan te sluiten op de omliggende gebieden, zoals de bossen en het landelijke buitengebied. Ook hebben we als gemeente regelmatige afstemming met andere beheerders van bermen en gazons zoals waterschappen, Utrechts Landschap en Staatsbosbeheer. Samen kunnen we nog meer bijdragen aan het vergroten van de biodiversiteit. Naar de toekomst toe wordt ook bij een (her)nieuw(d)e inrichting van de openbare ruimte gezocht naar kansen voor meer groen en biodiversiteit.

Helpt u ons in uw eigen tuin of terrein ook mee hieraan bij te dragen? Samen bereiken we meer.