In de pilot Opvoedondersteuning komen consulenten bij gezinnen met die opvoedvragen. Zij helpen met coachende gesprekken. ‘Normaliseren’ en 'eigen kracht' zijn hierbij belangrijk.

Laagdrempelige ondersteuning aan inwoners in gemeente Utrechtse Heuvelrug is nodig en moet blijven. Burgemeester en wethouders stellen dit voor aan de gemeenteraad. Inwoners krijgen hiermee goede zorg dicht bij huis, waardoor minder dure, specialistische zorg nodig is en wachtlijsten korter worden. De Stichting Sociale Dorpsteams levert deze ondersteuning sinds 2019 in enkele pilots. De resultaten lijken positief en er is tevredenheid over de inzet.

De Praktijkondersteuners GGZ Jeugd (POH GGZ Jeugd) helpen jeugdigen die lichtere vragen hebben op het gebied van geestelijke gezondheidszorg. Dit doen zij in samenwerking met de huisartsen in onze gemeente. Het is moeilijk de kostenbesparing hiervan te bepalen, omdat het aantal doorverwijzingen naar de jeugdzorg óók stijgt. De POH’s kunnen wel helpen om dit op te vangen, door zelf laagdrempelige ondersteuning te bieden en waar nodig gericht door te verwijzen.

Door de positieve, inhoudelijke resultaten stelt het college aan de raad voor deze activiteiten te voort te zetten en uit te breiden. De behoefte aan ondersteuning is namelijk groot en de gemeente kan hiermee inspelen op de verwachte golf naar jeugdhulp, veroorzaakt door de coronacrisis. Ook kan de ondersteuning bijdragen aan het verkorten van de wachttijd en als overbruggingszorg ingezet worden.

Chantal Broekhuis, wethouder Jeugd en Onderwijs: “De praktijkondersteuners hebben regelmatig zelf aan kinderen en jongeren lichte en kortdurende ondersteuning geboden. Bij een deel van de aanmeldingen bleek specialistische hulp niet nodig. Ook verwezen de praktijkondersteuners gericht naar de juiste zorg als dat nodig bleek. Dit is wat wij willen: sneller passende zorg voor onze inwoners.”

De kostenbesparing die uiteraard nog altijd nodig is, wordt de komende maanden in aanloop naar de kadernota verder onderzocht. Hierbij wordt met klem benadrukt dat de disbalans van de taken vanuit het Rijk met de daarbij geleverde financiële middelen nog altijd een groot probleem is. In het in december verschenen rapport van AEF wordt ook onderschreven dat gemeenten onvoldoende financieel gecompenseerd worden voor de kosten die gemaakt worden in het sociaal domein.