HOME  |  Projecten  |  Groenstructuurplan  |  Biodiversiteit

Biodiversiteit

Groenstructuren zijn van groot belang binnen de dorpskernen. Met alle particuliere tuinen en openbare groenpercelen omvat ieder dorp in feite een lappendeken van microklimaten. Intensief of extensief beheerd, met inheemse of juist uitheemse soorten. Soms gaat het om natuur die is ontstaan door menselijke invloed, soms om soorten die spontaan zijn opgekomen vanwege de geschikte natuurlijke omstandigheden. Deze grote variëteit aan biotopen maakt dat er in de dorpen volop kansen zijn voor een heleboel soorten flora en fauna.

Van belang voor de instandhouding van planten en dieren is dat zij zich kunnen verplaatsen om eten te zoeken en zich voort te planten of om dekking en rust te vinden. En daar ligt nu juist de grote uitdaging in de dorpsnatuur. De biotopen - in de vorm van tuinen of groenperken - zijn te klein en liggen vaak te geïsoleerd. Er liggen obstakels tussen, zoals wegen en gebouwen. Openbare groenstructuren kunnen hier de oplossing voor bieden. Door structuren aan elkaar te verbinden kunnen deze uitgroeien tot biotopen van voldoende robuuste omvang. Zo’n robuust gebied is nodig om planten- en diersoorten in stand te houden.

Niet alle flora en fauna gedijen goed binnen dorpskernen. Het buitengebied om de stedelijke kernen heen is daarom ook van groot belang om geschikt te houden, zodat dieren om de stedelijke kern heen kunnen trekken. Ook de overgangszone van bebouwd gebied naar buitengebied is belangrijk. Deze bepaalt uiteindelijk hoe de ecologie zich in en rond de dorpen zal ontwikkelen. Natuurlijke oevers, zomen en kruidenrijke randen spelen hier een essentiële rol in.

Beleid

In dit Groenstructuurplan is in beeld gebracht waar voldoende groen aanwezig is om een verbinding te vormen tussen het buitengebied aan de ene kant van het dorp en het buitengebied aan de andere kant. Het zijn als het ware de snelwegen waarover met name dieren maar ook planten zich kunnen verplaatsen door het dorp. We onderscheiden in dit Groenstructuurplan drie ecologische verbindingszones:

  • Ecologische verbindingszones voor vliegende soorten. Denk aan vogels, vleermuizen en insecten.
  • Ecologische verbindingszones voor grondgebonden en vliegende soorten. Met de grondgebonden soorten worden bijvoorbeeld zoogdieren en reptielen bedoeld.
  • Ecologische verbindingszones voor watersoorten. Dit zijn vissen en amfibieën.

Deze verbindingszones houden we zo veel mogelijk in stand en we proberen ze te verstevigen. Dat doen we met het dagelijks groenbeheer en eventueel ook met nieuwe inrichting van het groen, bijvoorbeeld met natuurlijke oevers, zomen tussen bos en gras, en kruidenrijke randen langs velden.

Soms wordt een ecologische verbindingszone onderbroken; er bevindt zich op die plek niet voldoende groen, zoals op een brede verkeersweg. Hier ontbreekt dus een ecologische schakel. We streven ernaar dat die schakels alsnog tot stand worden gebracht. Ook dit doen we door aanpassing van het groenbeheer – bijvoorbeeld door minder vaak of op een andere manier te maaien – of met aangepaste inrichting.

Bij nieuw te ontwikkelen gebieden of bij omvorming van bestaande gebieden is het van belang dat het groen voldoende robuust wordt aangelegd. Dat betekent zo veel mogelijk aaneengesloten of met slechts kleine tussenruimtes. Daarbij wordt steeds gezocht naar goede aansluiting op de groenstructuren in het omringende gebied. Ook kan er juist bewust gekozen worden voor het creëren van een “stepping stone”: een kleiner groen gebied dat tussen grotere gebieden ligt en dat door verschillende diersoorten kan worden gebruikt als rustplaats tijdens hun migratie van het ene naar het andere gebied.