HOME  |  Projecten  |  Groenstructuurplan  |  Klimaatverandering

Klimaatverandering

De klimaten op de aarde zijn in de loop van de tijd steeds aan verandering onderhevig. We bevinden ons in een fase waarin de aarde warmer wordt. Wat we in Nederland duidelijk merken is dat de winters zachter worden. Ook neemt de hoeveelheid neerslag sterk toe; sinds 1950 met 20%. Opvallend is daarbij dat niet het aantal regendagen toeneemt, maar wel de intensiteit van de regenbuien.

De klimaatverandering heeft ook gevolgen voor de natuur. Eén van de grootste effecten is de verschuiving van het groei- en broedseizoen. Ook zullen door temperatuurstijging en verandering in neerslag, warmteminnende soorten aantrekken, die eerst het klimaat in Nederland te koud vonden. Voorbeelden van nieuwkomers in Nederland zijn de wespenspin, de eikenprocessierups en sommige krekelsoorten. Ook wordt de toename van teken – en daarmee ook van de ziekte van Lyme – vaak toegeschreven aan de klimaatverandering.

Als we kijken naar deze gevolgen van de klimaatverandering kunnen we zeggen dat de aanwezigheid van openbaar groen een gunstig effect heeft. Groenperken kunnen bij hevige regenbuien het water veel beter verwerken dan verharde terreinen. En groen houdt de warme veel minder vast dan steen, waardoor groenperken in een bebouwde omgeving verkoeling geven.

In onze groene structuren zullen we de klimaatverandering gaan merken. Ze heeft gevolgen voor het beheer. Doordat hevige stormen in aantal toenemen, hebben we vaker te maken met ravage van afgewaaide boomtakken. Bomen verliezen hun blad later in het jaar of juist eerder door lange droogte. Sommige inheemse soorten krijgen het zwaar, terwijl bepaalde uitheemse soorten juist beter standhouden. Het aantal ziektes en plagen neemt toe. Om maar wat te noemen. Om op deze veranderingen in te spelen hebben we de volgende beleidspunten geformuleerd.

Beleid

Instandhouding van het areaal ten behoeve van de wateropgave

Bij hevige regenbuien kan het water veel gemakkelijker in de bodem worden opgenomen in groenperken dan in bestrate terreinen. Openbaar groen vormt daarmee een belangrijk aandeel in de oplossing van de “stedelijke wateropgave”. Dit is de opgave om ervoor te zorgen dat neerslag doordat het water snel genoeg in de bodem wordt opgenomen zodat het geen overlast veroorzaakt. Daarom streven we ernaar om de totale oppervlakte openbaar groen in elk dorp in onze gemeente minimaal gelijk te houden en – als het even kan – te doen toenemen.

Aangenaam koele openbare ruimte

Stenen houden warmte veel langer vast dan planten. Dat maakt dat hitte op warme zomerdagen veel sterker wordt ervaren in bestrate gebieden met veel gebouwen dan in de natuur. In openbare gebieden waar vaak veel mensen vertoeven - denk aan schoolpleinen en winkelcentra – is het extra belangrijk dat het aangenaam koel is. Daarom zorgen we er als gemeente voor dat daar voldoende groen aanwezig is.

Meer variatie bij nieuwe aanplant in lanen

Lanen bestaan over het algemeen steeds uit één bomensoort. Zo zijn er in onze gemeente veel eikenlanen en beukenlanen te vinden. Hierdoor zijn lanen gevoelig voor ziektes en plagen. Denk aan de essentaksterfte of eikenprocessierups. Bij uitval van bomen in een laan is het te overwegen om nieuwe bomen te planten van andere soorten dan de oorspronkelijke laanboom. Zo ontstaat een laan van verschillende boomsoorten. Deze is beter bestand tegen ziekten en plagen, doordat minder besmetting plaatsvindt. En door de aanwezigheid van verschillende soorten blijven er bij aantasting van één soort voldoende bomen over om de laanstructuur te behouden.
Indien de voorkeur toch uitgaat naar de aanleg van een laan van één soort, kan gekozen worden voor een soort die beter bestand is tegen de klimaatverandering.