Plan Hoofdstraat 51, 51a, 53 en 55 Driebergen-Rijsenburg

Burgemeester en wethouders van de gemeente Utrechtse Heuvelrug maken op grond van het bepaalde in artikel 16.138 Omgevingswet bekend dat zij op 3 februari een overeenkomst over kostenverhaal hebben gesloten met de initiatiefnemer van een bouwplan op het perceel Hoofdstraat 51, 51a, 53 en 55 in Driebergen-Rijsenburg. Deze overeenkomst gaat over  het verlenen van medewerking aan de herontwikkeling van de percelen kadastraal bekend gemeente Driebergen-Rijsenburg, sectie E, nummers 907, 967, 2199 en 2000 ter gezamenlijke grootte van ongeveer 14.980 m2. In de overeenkomst zijn onder meer afspraken gemaakt over de planologische procedure, de realisatie van het bouwplan en het verhaal van de door de gemeente te maken kosten voor de realisatie van het bouwplan op de initiatiefnemer.

Zakelijke beschrijving ter inzage

Een zakelijke beschrijving van de inhoud van de overeenkomst ligt conform artikel 12 Bekendmakingswet met ingang van 12 februari zes weken voor een ieder ter inzage in Cultuurhuis Pléiade, Kerkplein 2 in Doorn. De stukken zijn op deze webpagina te downloaden.

Geen reacties mogelijk

Tegen de gesloten overeenkomst staat geen bezwaar of beroep open. Voor informatie over de inhoud van de overeenkomst kunt u contact opnemen met de teammanager van het organisatieonderdeel Thema Omgeving, Team Omgevingsverzoeken, 0343 56 56 00.

Zakelijke beschrijving van de overeenkomst over kostenverhaal betreffende de locatie Hoofdstraat 51, 51a, 53 en 55 Driebergen-Rijsenburg

Bouwplan

Op 3 februari 2026 heeft het college van burgemeester en wethouders per mandaatbesluit ingestemd met het sluiten van een overeenkomst over kostenverhaal terzake van de ontwikkeling op het perceel gelegen aan de Hoofdstraat 51, 51a, 53 en 55 in Driebergen-Rijsenburg (hierna: het kostenverhaalsgebied).

De overeenkomst over kostenverhaal gaat over  het verlenen van medewerking aan de herontwikkeling van het kostenverhaalsgebied. Het kostenverhaalsgebied betreft het perceel grond met opstallen aan Hoofstraat 51, 51a, 53 en 55 te Driebergen-Rijsenburg, kadastraal bekend als gemeente Driebergen, sectie E, nummers 907, 967, 2199 en 2000, ter gezamenlijk grootte van ongeveer 14.980 m2.

In de overeenkomst zijn onder meer afspraken gemaakt over de planologische procedure, de realisatie van het bouwplan en het verhaal van de door de gemeente te maken kosten voor de realisatie van het bouwplan op de initiatiefnemer.

De herontwikkeling betreft het transformeren/verduurzamen van 2 bestaande panden (huisnummers 51 en 53) van kantoor naar wonen en de sloop en nieuwbouw van het pand met huisnummer 51a, ziende op de realisatie van 12 Middeldure huurwoningen en 6 Vrije sectorwoningen op Landgoed Beukenhorst. Het kostenverhaalsgebied waarop de overeenkomst betrekking heeft is weergegeven op bijlage 1.

Voor de (her)ontwikkeling zal door de gemeente op verzoek van de initiatiefnemer een procedure tot verlening van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsactiviteit (‘BOPA’) worden doorlopen.
Het betreft een overeenkomst over kostenverhaal als bedoeld in artikel 13.13 Omgevingswet, die op 3 februari 2026 door de initiatiefnemer en de gemeente is ondertekend.

Inrichtingseisen

Alle werkzaamheden in het kader van het bouw- en woonrijp maken die plaats vinden in het kostenverhaalsgebied worden uitgevoerd door en voor rekening van de initiatiefnemer.

Er is geen sprake van de aanleg van openbare voorzieningen.

Verder draagt de initiatiefnemer zorg voor de aanleg van (nuts)voorzieningen, zoals leidingen en/of kabels voor water, elektriciteit, telefoon, kabeltelevisie, dataverkeer, alsmede het aansluiten hiervan op de openbare (nuts)voorzieningen, inclusief het (eventueel) plaatsen van trafo- en regelstations en brandkranen. Tevens zullen door de initiatiefnemer de benodigde voorzieningen worden getroffen voor de afvoer van afval- en regenwater, waaronder begrepen een gescheiden rioleringssysteem.

Initiatiefnemer heeft in november 2023 de ‘Toekomstvisie Buitenplaats De Beukenhorst’ laten opstellen door Buro SRO (verder: ‘Toekomstvisie’). Doel van deze visie is te komen tot een duurzame en exploitabele invulling van het kostenverhaalsgebied, waarmee bestaande waarden behouden blijven en verdwenen kwaliteiten hersteld worden. 

De Toekomstvisie is gericht op behoud en versterking van de cultuurhistorische kwaliteit, meer verbinding van het kostenverhaalsgebied met de omgeving en een duurzame, multifunctionele opzet van de buitenplaats, één en ander uitgewerkt in ruimtelijke uitgangspunten en ontwerp.

Initiatiefnemer zal bij de realisatie van het bouwplan uitvoering geven aan en aansluiten op de Toekomstvisie.

Initiatiefnemer zal de Toekomstvisie zoals voormeld uitwerken tot een landschapsinrichtingsplan, voorzien van een beplantingsplan, waarin in woord en beeld is aangeduid hoe het kostenverhaalsgebied landschappelijk zal worden ingericht en ingepast. Het landschapsinrichtingsplan behoeft de goedkeuring van de gemeente. Initiatiefnemer
zal het Kostenverhaalsgebied inrichten en landschappelijk inpassen conform het door de gemeente goedgekeurde landschapsinrichtingsplan. Rekening houdend met de plantseizoenen, dient de landschappelijke inrichting zo spoedig mogelijk te worden voltooid doch uiterlijk binnen 18 maanden na oplevering van het bouwplan.

Realisatie bouwplan

De initiatiefnemer zal na aanvang van de bouwwerkzaamheden deze voortvarend uitvoeren zodat de overlast voor de omgeving tot een minimum wordt beperkt. De werkzaamheden zullen 
aanvangen binnen 6 maanden nadat de omgevingsvergunning onherroepelijk is geworden en moeten zijn afgerond binnen 18 maanden na start bouw.

Kostenverhaalsbijdrage

De door de gemeente te maken kosten voor de ontwikkeling en de realisatie van het bouwplan worden in de vorm van een kostenverhaalsbijdrage bij de initiatiefnemer in rekening gebracht. Op grond van de overeenkomst is het kostenverhaal voor de gemeente (anderszins) verzekerd.

Nadeelcompensatie

Eventuele nadeelcompensatie die door de gemeente op grond van hoofdstuk 15 Omgevingswet juncto titel 4.5 Algemene wet bestuursrecht wordt vastgesteld en die voortvloeit uit de voor het bouwplan benodigde planologische maatregel wordt door initiatiefnemer vergoed.