Struikelstenen in Driebergen-Rijsenburg
Een werkgroep onderzocht welke inwoners in aanmerking komen voor een herdenking met een Struikelsteen. De eerste inventarisatie is afgerond en de eerste serie struikelstenen is gelegd.
Struikelstenen herinneren ons aan inwoners of onderduikers die slachtoffer zijn geworden van het nationaalsocialisme. We zullen hen niet vergeten. Deze stenen worden geplaatst in de directe nabijheid van het huis waarin het slachtoffer het laatst (vrijwillig) verbleef. Op deze pagina staan de struikelstenen in Driebergen-Rijsenburg.
Loolaan 34
Hier woonde
- Gerardus Petrus Zegers
- Geboren 2 september 1924
- Overleden op 28 april 1945 in Nordhausen
Hij werkte bij een rijwielbedrijf in Zeist. Een liefdevol gezin met ouders, broers en zussen. Oktober 1942 wordt er aangebeld. Hij wordt meegenomen door de Duitsers. Uit verhalen hebben we gehoord dat hij zijn tas nog mocht pakken en afscheid mocht nemen. En daar ging hij, net zoals velen.
Maagdenburg wordt gebombardeerd. De geallieerden kwamen er achter dat er raketten gemaakt werden. Gerard zat een paar weken in Leipzig is daarna overgebracht naar Nordhausen
Mittelbau-Dora was een concentratiekamp bij Nordhausen in Duitsland. Het kamp werd in 1943 opgezet voor de productie van V2-raketten. Een cruciale technologie voor de oorlogsvoering. Duizenden gevangenen moesten onder onmenselijke omstandigheden zwaar werk doen. De gevangenen leden honger en ziekten verspreidden zich snel.
Troepen van de United States Army bevrijdden Nordhausen op 11 april 1945. Bij hun aankomst troffen de Amerikanen onder meer het concentratiekamp Mittelbau-Dora aan. Gerard maakte de bevrijding door de Amerikanen nog mee. Het lijkt erop dat hij nog naar een geallieerde noodhospitaal is gebracht en overleed 17 dagen na de bevrijding aan tuberculose. Hij was al ernstig verzwakt.
Tegenwoordig is er een gedenkplaats ter nagedachtenis aan de slachtoffers. Deze herdenkingen en educatieve initiatieven zijn van vitaal belang om de herinnering aan de gruwelen van de Holocaust levend te houden en toekomstige generaties bewust te maken van de geschiedenis.
De oorlog was afgelopen en de ouders hadden nog niets gehoord van Gerard. Zijn vader schreef een brief op 6 mei 1946 en vraagt inlichtingen. Hij schrijft dat zijn zoon in oktober 1942 gedwongen tewerk is gesteld in Duitsland. Tot juni 1944 in Maagdenburg bij de Junkerfabriek. Daarna een paar weken in Leipzig en daarna in Nordhausen. Begin september 1944 kwam de laatste brief.
Een paar dagen voor de bevrijding is hij nog in Nordhausen gezien door Anton Kennedy. Deze kwam naar Nederland terug. Er waren bombardementen geweest. Diegenen die konden vluchtten alle kanten op. Gerard is niet meer gezien. Zij hopen dat ze kunnen worden geïnformeerd. Ze hadden al jaren niets gehoord en vroegen om zekerheid. Gerard is in een massagraf begraven.
Zijn ouders schreven in een bidprentje. 'Ook onze jongen viel ten offer aan de verschrikkelijke wereldoorlog. Lange tijd leefden wij in onzekerheid. Totdat in oktober 1948 wij van het Rode Kruis bericht kregen dat hij in de dagen voor de bevrijding was overleden in een ziekenhuis in Nordhausen. Wij verliezen in hem een lieve zoon. Die erg gehecht was aan zijn ouders en het ouderlijk huis. Voor wie het gaan naar Duitsland wel een bijzonder grote offer was. Wij verliezen veel in hem. En wij zullen onze Gerard in dankbare herinneringen blijven gedenken. Geef hem de eeuwige rust.'
Sparrenlaan 10
Hier woonde
- Adrianus van Ooijen
- Geboren 1924
- Gearresteerd 19 augustus 1944
- Omgekomen 15 april 1945 in Wöbbelin
Adrianus was slachtoffer van de arbeidsinzet en moest gedwongen in Duitsland werken. Hij zat korte tijd in kamp Amersfoort en ging daarna naar naar kamp Wöbbelin in Duitsland. Dit kamp bestond maar korte tijd. De omstandigheden waren er heel slecht. Adrianus was een van de meer dan 1000 slachtoffers.
Nijendal 13
Hier woonde
- Albert Theodoor Jan Maria van der Heijden
- Geboren 1905
- Gearresteerd op 14 augustus 1944
- Gefusilleerd op 4 september 1944 in Vught
Hij woonde er met zijn vrouw en zes dochters. Later in de oorlog kwam er een onderduikster bij. Een joods kind met de naam Hetty. Zij overleefde de oorlog.
Albert was textielingenieur. Door dit beroep reisde hij veel. Ook naar het buitenland. Hij had daarvoor een speciale vergunning van de Duitsers. Door zijn reismogelijkheden was hij een ideale koerier voor het verzet. Onder andere voor het overbrengen van films en documenten.
Hij werd op 14 augustus 1944 gearresteerd. Toen de Duitsers er achter kwamen dat hij ook betrokken was bij het verbergen van Joden was zijn lot bezegeld. Hij ging naar concentratiekamp Vught en werd daar korte tijd later gefusilleerd.
Arnhemsebovenweg 40 (De Viersprong)
We staan hier voor het voormalige kindertehuis De Viersprong. Dit kindertehuis is in de dertigerjaren gesticht door de verpleegsters Susanna (Suus) Dermout en Wilhelmina (Mien) Deenik. Dit tehuis was bestemd voor de zogenaamde bleekneusjes uit de grote stad. Maar in de oorlog kwamen er via netwerken van pleegzorg en dergelijke Joodse kinderen, waarvoor onderdak gezocht werd.
Dat ouders hiervoor kozen kon allerlei oorzaken hebben en vrijwel iedere ouder van deze kinderen zaten elders in Nederland in onderduik. In dit kindertehuis zaten Joodse en niet-Joodse kinderen die in de eerste jaren gewoon naar school gingen. De Joodse kinderen kregen papieren (geen persoonsbewijs want ze waren jonger dan 15) waardoor ze voor ‘halfjoods’ doorgingen en dat bood ze bewegingsvrijheid. Ongeveer 30 kinderen hebben gewoond in dit grote huis: 12 kamers en 2 badkamers. De twee verpleegsters waren streng; ‘s nachts naar de wc gaan mocht bijvoorbeeld niet.
Het lijkt erop dat de moeilijkheden eind ‘43 toenamen. Naar school gaan ging niet meer. En de zusters zeiden altijd dat ze uit de buurt van de ramen moesten blijven (om dus niet zichtbaar te zijn voor mensen van buiten). Het moet een stressvol bestaan zijn geweest.
Op 6 januari 1944 ging het mis. Zeer waarschijnlijk is een verrader te weten gekomen dat er joodse kinderen verbleven en heeft de SD getipt. Er werd geld gegeven voor verraad en dat kon wel oplopen tot 40 gulden per jood (nu 330 euro!).
Een overvalwagen met de Duitse Sicherheitsdienst kwam, met 4 Nederlandse SD-ers, waaronder één die later de doodstraf gekregen heeft. De kinderen werden ondervraagd om bijvoorbeeld hun echte namen te weten te komen. En toen moesten alle 15 Joodse kinderen mee.
Hoe ze naar Amsterdam (Politiebureau) zijn gebracht, daarover verschillen de bronnen. Een getuige vertelt dat ze in een vrachtwagen zijn gegooid.
Wel staat vast dat ze uit Amsterdam naar kamp Westerbork vertrokken zijn. Een bron vertelt dat een verzetgroep overwogen heeft kinderen te bevrijden. Personen uit de groep kenden enkele kinderen omdat die ze bij De Viersprong geplaatst hadden. Er is nog naar Station Amsterdam gegaan, maar ze kwamen te laat. De trein was al vertrokken naar Westerbork. Deze 15 kinderen zijn allemaal, na een dagenlange reis vol ontberingen, vermoord in Auschwitz. Behalve Elvira, want die is in Westerbork bezweken aan TBC.
Het is vreemd, maar de dames Dermout en Deenik werden niet door de Duitsers gestraft voor hun jodenhulp. En zijn ook niet gearresteerd of in ieder geval waren ze de dag erna alweer hier. Mogelijk moesten de verpleegsters hier zijn om voor de paar achtergebleven niet-joodse kinderen te zorgen. Ook kan meespelen dat er een goed contact was tussen Suus Dermout en de NSB-burgemeester W.M. Tonnon (geen fanatieke nazi). Dat zou geholpen hebben om aan het nodige extra voedsel komen. Ofschoon de ouders meer dan 100 gulden per kind per maand moesten betalen (nu ongeveer 850 euro!)
Opvallend is ook dat deze wegvoering relatief laat in de oorlog plaatsvond, want januari 44 was één van de laatste transporten van Amsterdam naar Westerbork. (Na een laatste grote razzia in Amsterdam op 29 september 1943 verklaarden de Duitsers Nederland 'Judenrein').
Het zal voor ouders heel moeilijk geweest zijn om kinderen achter te laten in een ander deel van het land. Er zijn een aantal ouderparen die zelf wel de oorlog overleefden. Het is voorgekomen dat pas in 1946 bleek dat hun kinderen vermoord waren.
We onthullen vandaag 14 stenen in plaats van 15. Eén van de kinderen heeft namelijk al een struikelsteen in Haarlem.
Namen en leeftijden kinderen De Viersprong
- Elvire Baum, 5 jaar
- Georges Baum, 9 jaar
- Frieda Marianne van den Bergh, 4 jaar
- Rosemarie Ida van den Bergh, 7 jaar
- Paul Igor François Lewin, 8 jaar
- Bernhard Chaim Waagenaar, 7 jaar
- Joseph Barent Waagenaar, 9 jaar
- Edit Wallig, 8 jaar
- Hans Wallig, 1 jaar
- Meriam Wallig, 10 jaar
- Hadassa Wijzenbeek, 10 jaar
- Sophie Wijzenbeek, 10 jaar
- Levie Israël de Winter, 7 jaar
- Keetje van Zanten, 13 jaar
Welgelegenlaan 29
We staan hier voor het huis dat vóór en tijdens de Tweede Wereldoorlog een kindertehuis was. Dat huis was eigendom van de dames Holst: Lammerdina en Jacoba. De kinderen noemden ze tante Bep en tante To.
Vóór de Tweede Wereldoorlog woonden hier kinderen uit de stad die frisse lucht nodig hadden vanwege astmatische klachten. Toen de Jodenvervolging in Nederland begon, veranderde dat en kwamen hier Joodse kinderen. Dat ging vaak via netwerken en dergelijke. De ouders zaten ergens anders omdat niet altijd een gezin samen kon blijven. De ondergedoken joodse kinderen kregen een andere, nieuwe naam om ze voor niet-joods te laten doorgaan. Hen werd op het hart gedrukt niet over hun verleden te praten.
Ofschoon dit uiteraard moeilijk was voor ze, hadden ze het hier naar hun zin. Dit huis was namelijk toen het laatste pand vóór het bos begon en er was dus voldoende speelgelegenheid. Ook kwam er iemand om wat les te geven.
Het ging lang goed. Tot er op 15 november 1943 een Duitse legerauto voor de deur stopte. Ze waren waarschijnlijk verraden. De Duitsers geloofden de nieuwe namen van de kinderen niet en ze werden allemaal met de dames Holst in de vrachtwagen gezet. Samen zongen ze tijdens de rit naar Amsterdam de geleerde psalmen als afleiding.
Er was ook een baby van 10 maanden bij van wie we niets weten. We hebben dus ook geen informatie om een Struikelsteen te laten maken. Als het kindje overleden is, want dat weten we ook niet zeker. Toch vinden we het belangrijk bij deze gelegenheid samen hier even kort aan dat baby'tje te denken.
De kinderen gingen naar Amsterdam, van daaruit naar kamp Westerbork. En kort daarna in de trein naar het vernietigingskamp Auschwitz. Een 3-dagenlange treinreis in een veewagon zonder eten, drinken, sanitair of frisse lucht. Het is vast komen te staan dat vijf van de ons bekende 8 kinderen, aldaar vermoord zijn.
De dames Holst werden naar kamp Vught getransporteerd waar Lammerdina overleed tijdens het bunkerdrama. Op 16 januari 1944 werden namelijk na een protestactie in het kamp, zoveel mogelijk vrouwen in één cel bij elkaar opgesloten. Uiteindelijk zaten 74 vrouwen op elkaar geperst op een oppervlakte van 9 m². Er was nauwelijks ventilatie. Na 14 uur wordt de deur eindelijk geopend. Tien vrouwen hebben de nacht niet overleefd, één van hen was Lammerdina Holst. Jacoba Holst overleeft dat wel, maar belandt daarna in de ziekenboeg van kamp Vught. Zomer ‘44 wordt ze vrijgelaten, gebroken door alles wat ze heeft meegemaakt. De beide zussen zijn door Israel geëerd met de Yad Vashèm-onderscheiding voor hulp aan Joden; met Rechtvaardige onder de volkeren, als eretitel.
Wonder boven wonder overleefden drie kinderen het concentratiekamp. Ze hebben allemaal een hoge leeftijd bereikt.
Voor de omgebrachte kinderen en voor de gedode mevrouw Holst onthullen we vandaag deze struikelstenen.
Namen en leeftijden kinderen overledenen kinderhuis Welgelegenlaan 29
- Rosalia Elisabeth Bloemist, 10 jaar
- Emanuel de Groot, 8 jaar
- Herman Rudolf Odewald, 10 jaar
- Herman Eljakim Vleeschhouwer, 8 jaar
- Sara Eva Vleeschhouwer, 7 jaar
- Lammerdina Elisabeth Holst, 56 jaar
Loolaan 18
Hier woonde
- Meta Kan-Liebenfeld
Geboren 1875
Vermoord op 16 april 1943 in Sobibor - Else Moser-Liebenfeld
Geboren 1874
Vermoord op 16 april 1943 in Sobibor
Loolaan 17
Hier woonde
- Jeannette Kuijt
- Geboren 1890
- Vermoord op 26 maart 1943 in Sobibor

