Landschappelijke inpassing buitengebied

Wilt u (ver)bouwen in ons buitengebied? En is daarvoor een omgevingsvergunning nodig? Dan moet u misschien een landschapsplan (of landschappelijke inpassing) maken.

Erfbeplanting en een zorgvuldige landschappelijke inpassing zorgen voor een samenhangend geheel van gebouwen, erven en groen. Dat goed past in het omliggende landschap. U levert zo ook een mooie bijdrage aan biodiversiteit, klimaatadaptatie en de kwaliteit van het landschap.

Bijvoorbeeld het aanleggen van:

  • kleine landschapselementen zoals houtsingels, heggen of knotwilgenrijen
  • hoogstamboomgaard
  • bloemrijke randen of struweel
  • erfbeplanting die past bij het landschapstype

Het is belangrijk dat de gekozen maatregelen aansluiten bij het karakter van het gebied en de landschappelijke structuren die er al zijn.

Wat is een landschappelijke inpassing?

In het omgevingsplan kan zijn vastgelegd dat voor uw initiatief een landschappelijke inpassing verplicht is. U moet dan laten zien hoe uw plan wordt ingepast in het landschap. En hoe eventuele negatieve effecten worden beperkt of gecompenseerd.

Een landschappelijke inpassing ligt vast in een landschapsplan/landschappelijk inpassingsplan. Een gespecialiseerd bureau of een landschapsarchitect kan dit plan maken. Daarnaast helpen onze landschapscoördinatoren u gratis op weg met advies over mogelijkheden en aandachtspunten.

Wat staat er in een landschappelijk inpassingsplan?

Een landschapsplan beschrijft hoe uw initiatief ruimtelijk past in de bestaande omgeving. Een landschapsplan versterkt uw vergunningaanvraag. Soms is het plan verplicht. Bijvoorbeeld wanneer uw bouwplan afwijkt van de standaard ruimtelijke regels. De inhoudelijke eisen voor het plan staan in de Leidraad landschappelijke inpassing.

Subsidie en ondersteuning

Voor de aanleg van landschapselementen en erfbeplanting zijn er soms subsidiemogelijkheden. De landschapscoördinatoren kunnen u informeren over actuele regelingen en ondersteuningsmogelijkheden.

Wat doen wij zelf als gemeente?

We werken actief samen met andere gemeenten, agrarische collectieven, waterschappen, provincie en andere partijen in het Platform Groenblauwe Dooradering. Dat was vroeger het Platform Kleine Landschapselementen. Daarin werken we aan een aantrekkelijk landschap voor mensen, planten en dieren in de provincie Utrecht. Het doel is de aanleg en het herstel van gebiedseigen landschapselementen te stimulieren. Zoals poelen, houtwallen en knotwilgen. Meer informatie hierover via de landschapscoördinatoren.

Wij stelden samen met de gemeente Bunnik, De Bilt, Houten, Wijk bij Duurstede en Zeist een Landschapsontwikkelingsplan (LOP+) op. Het LOP+ is beleid en basis voor plantoetsing voor landschappelijke inpassing maar biedt ook inspiratie. 

Meer informatie en advies

  • Kromme Rijnlandschap (voor onze gemeente ten zuiden van de N225). Deze organisatie is een samenwerkingsverband tussen verschillende gemeenten en gebiedspartijen. U kunt hier terecht voor informatie over erfbeplanting en landschaps- en natuurbeheer op eigen terrein. Ook kunt u een gratis adviesbezoek aanvragen
  • Neem voor aanvullende vragen of maatwerkadvies contact op met een van onze landschapscoördinatoren

Contact opnemen met een van de landschapscoördinatoren?

Leidraad landschappelijke inpassing

Wij hebben een uniek landschap van bossen, lanen en vergezichten. Heeft u plannen voor een uitbreiding, een bijgebouw of nieuwbouw in het buitengebied? Let er dan op dat deze ontwikkeling het landschap niet verstoort maar versterkt. Deze leidraad helpt u daarbij.

Wanneer is een inpassingsplan nodig?

Bij bouwplannen in het buitengebied vragen wij vaak om een ‘landschappelijk inpassingsplan’. Dit is een tekening of document waarin u laat zien hoe de bebouwing en het omringende landschap en de natuur één geheel vormen. Richtlijnen hiervoor vindt u in de Kwaliteitsgids Utrechtse Landschappen en het Landschapsontwikkelingsplan Kromme Rijngebied+1.

Stappenplan voor uw aanvraag 

  1. Een goed landschappelijk inpassingsplan bestaat uit de volgende vier onderdelen:
  2. Kijk naar de historie: hoe zag het perceel er vroeger uit? Gebruik TopoTijdreis.nl om oude structuren zoals houtwallen of sloten te ontdekken. Het herstellen van deze oude lijnen geeft uw plan direct een voorsprong
  3. Beeld van de bebouwing: geef een duidelijke impressie van het gebouw. Kies voor materialen en kleuren die 'opgaan' in het landschap, zoals hout, baksteen in aardetinten of donkere dakpannen
  4. Het ontwerp: maak een schets van het erf en de omgeving. Laat zien hoe de bebouwing wordt omringd door groen en hoe het aansluit op de omgeving (bijvoorbeeld een vloeiende overgang naar het bos of weiland)
  5. Het beplantingsplan: maak een lijst van het aantal en de soort bomen en struiken die u gaat planten

Waar letten wij op?

Wij toetsen uw plan op drie belangrijke punten.

  1. Behoud het reliëf: de Utrechtse Heuvelrug staat bekend om zijn hoogteverschillen. Een perceel vlak maken mag niet. Bouw mee met de natuurlijke glooiing
  2. Juiste verhoudingen: de schaal en dichtheid moeten passen bij het landschap en bestaande bebouwing in de buurt
  3. Kies inheemse plantensoorten: gebruik voornamelijk planten die hier van nature voorkomen zoals de eik, beuk, hazelaar of meidoorn. Vermijd exotische (tuin)planten in de randen van uw perceel. Bijvoorbeeld coniferen of laurier. Deze horen niet thuis in het landelijk gebied. Alleen soms bij specifieke landgoederen. In een boomgaard kunt u wel verschillende rassen fruit- of notenbomen gebruiken

Toetsing en besluitvorming

Wij beoordelen of het plan voldoet aan de kernkwaliteiten van het gebied. Bij afwijkingen vragen wij u aan te tonen dat de landschappelijke kwaliteit verbetert. Wij kunnen voorwaarden stellen aan het langdurig onderhoud van de landschappelijke structuren.